Mijn Vriendschap Met Jan

14062015 038 Af en toe vind ik het leuk om een vriendschap van me uit te lichten. Dit keer mijn bijzondere vriendschap met Jan. Deze gaat al even terug. Ik zat vroeger bij zijn zus in de klas, op de kleuterschool. Jan is twee jaar jonger dan ik. Ik ben wel eens bij hen thuis geweest om bij zijn zus te spelen, maar dat is me schijnbaar niet bevallen, want ik deed dat later niet meer. Het bleef dus bij elkaar kennen. Wat ik wel wist, hij was (en is nog) een vrolijk persoon. Het kan hem niet gek genoeg gaan.

Op het voortgezet onderwijs kwam ik Jan weer tegen. We woonden in Franeker, maar gingen in Harlingen naar school. Het was normaal dat we op de fiets gingen. ’s Morgens 10 km (van deur naar deur gerekend) heen en ’s middags 10 km terug. Nou dat werd een feest met Jan erbij. We waren om 15:10 uur uit en in het eerste jaar was ik dan om 15:45 uur thuis, maar toen Jan mee ging fietsen was het al vlot 16:00 uur met wel eens een uitschieter naar 16:15 uur. Wat we deden, we hadden de grootste lol tijdens het fietsen en doorrijden deden we dan ook niet. Weer of geen weer, de kabaalmakers waren wij. Marjolijn fietste ook mee. Zij was ietwat een kakker en Jan en ik vonden het geweldig om haar op de kast te jagen.

Maar Jan jaagde niet alleen graag Marjolijn op de kast. In de winter gingen we met de bus naar en van school. De terugweg werd mijn ‘hel’. Nouja in de goede zin van het woord.
Mijn vader was kunstschilder, gaf les en daarbij deed hij ook reklame-werk. Zo tekende hij Harry de Tapijtbeer. Dat was een begrip in Harlingen en mijn vader was de bedenker en maker van Harry. Iedere week was de advertentie door mijn vader gemaakt, en stond het achterop de Extra, het huis-aan-huis krantje. Ik heb Jan eens verteld dat de boeren in mijn klas (de klasgenoten uit de dorpen) me de dochter van Harry noemden, of trots waren ze dat de dochter van Vassilev bij hun in de klas zat. Ik had ook eens bij Marjolijn thuis huiswerk gemaakt toen ik in het eerste jaar zat en haar grootouders om koffie kwamen. Ik had bij het voorstellen alleen mijn voornaam genoemd en Marjolijn had luid gezegd, “Nou jij mag wel zeggen van wie je de dochter bent hoor! Zeg gewoon je achternaam!” Ik heb mijn achternaam daarop wel gezegd, maar ik ben alleen nog op school met Marjolijn omgegaan. Was ze bevriend met mij in verband met mijn vader?
Daar was Jan! Jan rukte het helemaal uit zijn verband en gooide de kreet erin: “Weet je wel van wie zij 1 is?” ’s Winters in de bus ging hij achterin zitten en ik voorin, liefst onder de stoel, omdat hij los ging en riep: “Weten jullie wel wie bij ons in de bus zit? Waar is ze?” Als hij me zag begon hij, “Daar is ze, ‘De Dochter Van’ Peter Vassilev!” Zo ontstond mijn bijnaam van hem, DDV. Ik schaamde me dan wel, maar toch, van Jan kon ik het allemaal wel hebben, en stiekem vond ik het wel leuk.
Jan switchte echter van school na het eerste of tweede jaar. De laatste jaren was dus zonder Jan op school en dat was aanzienlijk saaier te noemen qua reizen.

Toch kwam ik Jan nog wel eens tegen met uitgaan. We hebben nog eens herinneringen opgehaald aan de bar. Natuurlijk kwam het Harry de Tapijtbeer-verhaal boven. Zo heb ik op een bierfiltje mijn naam geschreven, in de zin van dat ik als DDV (Peter Vassilev) mijn handtekening gaf aan de grootste fan van mijn vader. Ons contact verwaterde weer.

In 1998 kwam ik echter als telefoniste/receptioniste te werken in de GGZ in Franeker. De GGZ in Franeker had 2 lokaties, binnen (in het centrum) en buiten (net buiten Franeker, dat was Groot Lankum). Er was dagelijks een chauffeur die de boodschappen bracht, de post en het eten voor de bewoners. Er zou een nieuwe chauffeur komen zei collega Jan, nee niet die Jan, en die zou hij gaan inwerken. De volgende dag verscheen wel die Jan ten tonele als nieuwe chauffeur! Meteen begon hij naar mij en mijn collega en zijn collega Jan, “Weten jullie wel van wie zij 1 is?” Het hele DDV-verhaal kwam er weer aan. Jan riep het namelijk niet alleen naar collega’s, maar ook naar cliënten. Het was weer geweldig!

Door die baan moest ik weer in Franeker wonen. Ik vond een flatje in de binnenstad en Jan kwam langs om koffie. We kwamen nu ook wel eens bij elkaar langs. Op een avond kwam hij en vertelde hij dat hij een nieuwe vriendin had. Natuurlijk wilde ik weten wat haar naam was. Haar naam luidde Elzina, maar Jan zei dat ik haar niet zou kennen, want ze was in de wijk Het Rode Dorp opgegroeid. Ik begon te lachen en noemde haar achternaam en geboortedatum. Verbaasd keek Jan me aan. Dat klopte, hoe wist ik dat?
Nouououou…. Elzina woonde pal achter mijn Beppe (grootmoeder) en zij hadden een tractorband in de tuin vol met zand. Haar vader tilde mij, mijn broer en eventueel nog neefjes en nichtjes over het hek tussen hun in, en dan speelden we bij hen in zandbak. Elzina was 2 weken voor mij jarig en zo heb ik haar geboortedatum onthouden.

Nog altijd noemt Jan me DDV. Toch had hij mijn vader nog nooit in het echt gezien. Tot die ene verjaardag van mij. Ik vroeg mijn ouders of ze laat wilden komen, want dan was iedereen er wel. Ik wilde Jan namelijk zijn moment geven. Dat deden we.
Mijn ouders kwamen en ik liet ze binnen, mijn vader moest even in de hal wachten en mijn moeder liep de huiskamer in.
Daarna liep ik zelf de huiskamer in en vroeg of ik even de aandacht mocht hebben. Ik vertelde iedereen dat Jan zo ontzettend fan was van mijn vader en van zijn figuur Harry De Tapijtbeer! Dat Jan mijn vader nooit had ontmoet, maar dat nu dat moment was aangebroken en ik kondige het aan, “Dus Jan, hier is hij, de Grootmeester zelf: PETER VASSILEV!” Ja dat was wel even een momentje.
Jan en Elzina trouwden ook dat jaar. Mijn ouders vonden het zo bijzonder dat ze ook een uitnodiging hadden gekregen en dus gingen ze mee. Ik heb overigens aan de eigenaar van de tapijtwinkel gevraagd of er een Harry-pak bestond. Helaas wat dit niet het geval, anders was ik als Harry verschenen.

Het contact met Jan en Elzina is altijd gebleven. We zien elkaar niet veel, maar we zijn er altijd voor elkaar. Zo ook in de tijd dat mijn vader ongeneselijk ziek werd. Bij Jan en Elzina kon ik mijn verhaal kwijt. Ze steunden me waar ze konden. Dat steunen lieten ze na mijn vaders overlijden heel warm en liefdevol blijken, via een appje met een foto. Mijn vader was net overleden en ter herinnering aan hem hadden ze thuis een altaartje gemaakt. Dat vond ik zo geweldig!
Harry-altaar

Vandaag is echter extra speciaal, een dag met een gouden randje! De broer van Elzina kreeg verkering, ging samen wonen en is vandaag getrouwd met zijn geliefde. Wat het zo speciaal maakt? Zijn vrouw van is namelijk familie van mij! Oké, het is ver weg. Haar grootvader en mijn grootmoeder waren broer en zus, onze moeders waren dus nichten van elkaar en zo zijn zij en ik achternichten. Kortom, Jan is met terugwerkende kracht alsnog familie geworden van zijn idool, “De Grootmeester Peter Vassilev!” Tja, wie het kleine niet eert…. 😀

Nog even een toepasselijk nummer om deze dag te vieren:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.