Mijn Verhaal Achter De Song

Al eerder heb ik eens in een blog laten weten dat ik van mijn vader leerde hoe ik naar muziek moest luisteren. Zo moest ik opletten op zang, op stem, op de muziek, de instrumenten, de intonatie van de stem, de songtekst en ook de performance in een live optreden of en videoclip. Dat doe ik ook, waardoor wat ik leuk vind erg kan verschillen.
Nu ga ik een liedje uitlichten. Een lied dat mijn vader zo bizar goed weergeeft dat het bijna eng is!

Mijn vader kwam uit Bulgarije en had het knap gemaakt als kunstschilder, teken/schilder-docent en in het reklamewerk wat hij deed. Als kind had hij met zijn ouders en broer niet in luxe geleefd en ik denk dat het daarmee te maken heeft gehad. Wij kwamen thuis niets te kort en als weer eens iets nieuws was aan handige snufjes of apparaten, dan hadden we het al vlot in huis. Een goed voorbeeld is de afwasmachine. Op woensdagmiddag gaf hij les tot half vijf en mijn moeder en ik waren naar mijn beppe (grootmoeder). Hij had nu gezegd dat we niet voor zes uur thuis mochten komen, dus zo gebeurde het dat we iets na zessen binnen kwamen. Mijn vader stond in de keuken met een goede vriend, die een platenzaak/witgoed winkel had. Verbaasd keek mijn moeder hem aan, en vol trots zei papa, “Kijk, een afwasmachine! Goed he?” Mijn moeder keek hem eens vertwijfeld aan, dat was toch te duur? Nee hoor, dat was het niet, ze konden het betalen, dus meteen maar doen voor de vraag erna groot zou worden.
De video, stereotoren, televisie met afstandsbediening of de vrieskist, allemaal exact zo’n zelfde verhaal. Het kwam net in de winkel en ja hoor, wij hadden er thuis een.

Ook met andere handige snufjes, mijn vader had er een neus voor. Van een stok met een grijper aan de onderkant. Op de stok zat een knop en drukte je die in dan ging de grijper open. Zoals mijn vader zei, “Handig als er eens iets achter iets groots zoals de wasmachine is gevallen.” Daarop had ik hem vragend aangekeken, maar ik zou er volgens mijn vader echt nog wel blij mee zijn. De volgende dag was ik er al blij mee. Op onverklaarbare wijze lagen mijn huissleutels achter de afwasmachine. Gek, ik deed altijd de huissleutels in mijn jaszak. Tot op vandaag de dag heb ik het vermoeden dat mijn vader er de hand in heeft gehad, al heeft hij altijd volgehouden dat het niet zo was. Goed, ik kon er dus niet bij. Daar stond papa met die stok, “Wil je ‘m lenen?” Lachend haalde ik mijn sleutels achter de afwasmachine vandaan, ja echt handig! Hij lachtte terug, dat wist hij namelijk wel!

Aan snufjes geen gebrek bij ons thuis. De elektrische blikopener, de elektrische vliegenmepper of de elektrische pepermolen. Als er een handdingetje in zo’n uitvoering kwam, dan hadden wij dat. De klapper voor in de keuken was echter niet elektrisch. Nee, dat was de kruidenschaar. Hij wist dat ik daar jaloers op zou zijn, want ik kook ook graag. Daarom had hij voor mij ook een meegenomen. Ik laat het zien in het onderstaande filmpje:
https://www.youtube.com/watch?v=YZYij6hoqVo

Acda & de Munnik met Wat Ik Zie Moet Ik Hebben

Het gebeurde eens dat ik met Falco, een goede vriend, op pad was. Hij had een cd aan in de auto, het album Liedjes Van Lenny van Acda & en de Munnik. Het nummer Wat Ik Zie Moet Ik Hebben kwam voorbij. Meteen bij de eerste 2 zinnen dacht ik aan mijn vader. Ik had mijn vader de bijnaam gegeven ‘De Man Van De Gadgets’ en dit ging hierover. Natuurlijk kon ik mijn lachen niet inhouden. Falco keek me verbaasd aan toen de tranen over mijn wangen rolden van het lachen, “Wat heb jij nu?” Ik vertelde dat dit nummer van A tot Z over mijn vader ging, “Maar dan ook echt eng veel! Dat stuk over die folder, ik hoor het hem zeggen! En hij weet niet wat het is, maar het ziet er echt geweldig uit. Dit is mijn vader! Ook dat KOPEN, zo erg, dit is ‘m! Je wilt niet weten wat wij allemaal aan dat soort gadgets hadden!” Falco moest ook lachen en zette het nummer op repeat. Samen hadden we een lol.

Hoeveel lol ik ook had, het kwam er nooit van om het papa te vertellen. Tot hij ziek werd van longkanker en hij niet behandeld kon worden. Ik besefte heel goed dat we in de quality-time kwamen. Ik bedacht wat ik nog wilde bespreken, wat voor vragen ik nog had en wat gezegd moest worden. Dat gebeurde in dat half jaar.
Wat ook gebeurde was dat we nog heel veel muziek deelden. Van klassiek tot rock, van jazz tot muziek uit zijn jeugd. We bespraken wat hij me had geleerd, hoe ik naar muziek moest luisteren. Zo verklaarde ik mijn grote favorieten Rammstein.
We zaten weer eens samen in zijn atelier. We kregen het weer over muziek en ik zei, “Ik heb een nummer in mijn telefoon gezet en ik wil dat je dat hoort! Dat nummer zou jij geschreven kunnen hebben qua tekst, want je bent het ten voeten uit! Bizar hoe de gelijkenis is! Zelfs de toon van de stem!” Hij was nieuwsgierig, maar zijn Engels was niet zo goed, dus dan moest ik helpen. “Je gaat verrast zijn, het is Nederlandstalig!” Hij knikte en ging er even goed voor zitten. Ik zette dus Wat Ik Zie Moet Ik Hebben van Acda & de Munnik op. Ik zat al stiekempjes te lachen en ik zag dat hij moeite had om zijn lachen in te houden. Aan het einde van het nummer schoten we samen keihard in de lach en hij gaf me gelijk, “Inderdaad zeg, treffender dan dit kan niet!” We schaterden het uit. Om even later samen in een hard huilen uit te barsten in verband met het naderende afscheid. Nadat we uitgehuild waren zette hij YouTube aan en zocht het nummer op en zette het keihard aan. We lachten weer. Na de tijd zei hij, “Zoals jij zegt zit ik straks op mijn wolk. Als je het dan eens moeilijk hebt zet dan dit nummer aan. Dan hoor ik je op mijn wolk en weet ik dat je me nodig hebt.” Met een dikke strot van de emoties knikte ik.

Dan nu iets, en dit heb ik nog nooit aan iemand verteld! Ik heb het lang zelf wel gek gevonden. Het was vroeg in de middag. Mijn vader lag in bed en kwam bijna niet meer bij. Hij was sterfende. Ik zat naast zijn best, alleen. Ik pakte mijn telefoon, sloot de headset aan en deed een oortje in mijn oor en het andere oortje bij hem. Ik zette weer Wat Ik Zie Moet Ik Hebben van Acda & en de Munnik op, niet te hard. Ik pakte zijn hand vast en bij het stukje over de folder verscheen er zwak een glimlach bij hem en kneep hij zachtjes in mijn hand. Toen het nummer afgelopen was en ik het oortje uit wilde halen zei hij zachtjes en met moeite, “Nog eens!” Dat deed ik.

Ik kan zeggen, ik heb voor mij de quality-time goed gebruikt. Alles gezegd wat ik wilde zeggen, alles gevraagd wat ik wilde vragen en alles laten bekijken en beluisteren wat ik hem wilde laten bekijken en beluisteren. Hij overleed aan het begin van diezelfde avond.

Dit is aankomende december 5 jaar geleden. Eerst had ik moeite om het nummer te beluisteren, maar inmiddels niet meer, en ik ‘roep hem als ik hem nodig heb’. Ik kan er als vanouds ook weer smakelijk om lachen. Sterker nog, al luister ik het nummer niet, ik lach als ik een handig dingetje zie en dan hoor ik hem vanaf zijn wolk keihard in mijn oor schreeuwen: “KOPEN, en we zien we waar ’t voor is!”

Mijn dank gaat vooral uit naar Thomas Acda en Paul de Munnik voor dit liedje. Muziek en teksten kunnen zo ontzettend veel voor je doen, en in mijn geval, mij dat lijntje geven met mijn vader.

Voor jullie allemaal nu even de YouTube-link. Dan weten jullie even om welk nummer het gaat. En let goed op de tekst!

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.